Met Andante naar Friesland

Vrijdag 24 augustus

Het is een bont gezelschap dat zich presenteert op het kerkplein. Anny met hare Willy, Andantebestuur met voorzitter, een dubbeldekker genre Van Hool met chauffeur plus controleur/inspecteur Jan Develter, die op zijn beurt wordt gecontroleerd door Mimi, een Ralcombinatie genre Perk, een volle autobuskoffer volle reistassen, twee zelfbenoemde topfotografen met trouwboek, een grijsbekrolde gids met Hasselts accent, een hoop Annekes met wettige echtgenotes (elk Anneke één), rijke steunende leden van beider kunnen, de zussen Martens die mekaar ondersteunen, een grote groep wereldberoemde vedettes die optraden in Straatsburg, Moskou en Steenokkerzeel, verwonderde slaapgezichten en vroeg taterende dames, enfin, sprekend over bont, het was er allemaal. Josée Lelong komt aangereden met twee wagens, een echte en een reserve wagen om mee te nemen naar Friesland. Die wordt netjes opgevouwen en de autobus ingeduwd. Een minpunt is wel dat we weer worden onderverdeeld in high en low society. High uiteraard zich vestigend boven. Het siert aldus onze voorzitter dat hij zich toch, met dame Viviane, in lagere regionen gaat nestelen. Griet is heel erg laat. Gelukkig is het “grote vakantie” en zien de brave schoolkinderen niet hoe het eigenlijk volgende week niet mag. Zo zet het bont gezelschap zich wiegend in beweging, stipt op het geëiste uur, half acht, richting Antwerpse ring. Het is daarbij zeer normaal dat onze voorzitter als eerste de micro beetneemt en iedereen verwelkomt, inclusief chauffeur. Oef, gelukkig is die er ook. Stel je voor naar Friesland met autobus en zonder chauffeur of met Wiske of Magda of Joke of Leona achter het stuur. Uitleggen en babbelen is wel niet hetzelfde als met een autobus rijden.

Als onze gids Albert het woord neemt geeft de micro de indruk dat hij gaat ontploffen. Gelukkig blijkt die, de micro dus, van goede kwaliteit. Hetzelfde moet gezegd worden van onze gids. Nu nog niet, we kennen hem nog niet maar drie dagen later blijkt dat zeker zo te zijn maar dan lopen we nu te veel vooruit. Als de busbestuurder het woord neemt krijgen we te horen dat de bus uitgerust is met een heuse bar, en wc. die... we niet mogen gebruiken. Dat is pas straf. “Stoefen” met een wc. en eraan toevoegen dat je er kunt voor zorgen ergens anders terecht te komen. Straffer nog de lijst van de te verkrijgen producten op de bus steekt zoals in een echt vliegtuig in de rug van de zetels maar... de helft is niet verkrijgbaar. Geen croque monsieur dus, tot groot ongenoegen van Lutgarde die komende van het verre Bertem de tijd niet had om te ontbijten. Het leven is niet altijd even simpel.

En plots ondervinden we dat we in Nederland zijn. Niet aan Theo en Yvonne, dat wisten we al. Wel aan Patrick die begint te leuren met zoute Hollandse drop. Wansmakelijk aan de tanden plakkende caoutchouc smaak. Gevaarlijk ook. Jos van partituren Simone stikt er bijna in maar kan, dankzij de wijze raad van Joke om de armen omhoog te steken, het vege lijf redden. En bij de eerste sanitaire stop blijken onze noorderburen echte duitenklievers te zijn en gehaaide “commercanten”. Betaalautomaat voor wc. deur, met bonnetje voor vermindering bij een consumptie in de cafetaria. Dus even logisch redeneren. Als je voldoende aantal keren naar deze “spoed-afdeling” trekt om te wateren drink je daarna cumulerend gratis maar moet je daardoor terug wateren en verzeil je alzo in een perpetuum mobile die uiteindelijk een zware financiële kater zou kunnen veroorzaken in ieders geldbeugel. Straf van die Hollanders.
Zo naderen we Delft met zijn porseleinen schoonheid. Bezoek aan de oude en de nieuwe kerk. Dat de ene kerk erg oud is valt duidelijk te zien aan de scheve toren. Doet er nog tweehonderd jaar bij en je kan de bovenste torenschalie aanraken. Piet Hein die er begraven ligt moet er zeker niet gerust in wezen. Vervelend voor die “kleine” man met de “grote” daden. In de nieuwe kerk ligt de “kreim van de kreim” van Hollands elite begraven. Willem van Oranje en de verdere oranje kleurtjes. Weten zij wel dat ze er twee missen? Eén Oranje die waarschijnlijk stiekem in Londen is gaan “tomben” en één exemplaar dat ze naar Diest hebben weten te ontvoeren en inkelderen. Straffe lui daar in Diest. Gids Albert dacht dat we dat niet wisten maar had natuurlijk geen rekening gehouden met professor Norbert van Ceulebroeck de Bertem. Na een korte stadswandeling zoeken we soelaas op een platbodemboot met vele stoelen en tafeltjes. Varen op de kalme baren, bij een biertje en een hapje. Kalme baren? Neen, het bootje schommelt heen en weer. Zeker één, misschien wel twee centimeter. Bijna te verwaarlozen denk je dan. Niet bij Ria die lijkbleek naar binnen strompelt, volkomen zeeziek. Zit aan datzelfde tafeltje een koorlid dat met onbegrijpelijke blik mompelt: ‘zij moet toch wel een onevenwichtig persoontje zijn.’ Tja, daar kunnen wij niet over oordelen. Alleen de Jef natuurlijk. Het bootje wordt ’t Boterhuis genoemd, Ria dacht eerder aan ’t Schommelhuis.

Na dit incidentje (Ria terug opgekalfaterd zoals dat met ervaren zeelieden gebeurt) veren we autobusachtig naar Den Haag. Daar is heel wat te beleven. Onze gids is daar erg duidelijk over, ook letterlijk of decibelsgewijs. In het Mauritshuis lopen we erg bekende mensen tegen het lijf: Vermeer, Rembrandt, Rubens, Van der Weyden en jawel onze eigenste dorps- genoot David Teniers. Verdeeld in vier groepen worden we langs adembenemend mooie schilderijen geleid. Zwaar begluurd door aandachtige suppoosten zodat elke poging om de schilderij van Teniers stiekem terug naar Perk te smokkelen onmogelijk wordt gemaakt. Toch wel indrukwekkend zo’n verzameling. De zus van een bestuurslid, nieuwsgierig als een vrouw naar het feit of het glazen bed wel echt van glas is (ja, natuurlijk anders was het een plastieken bed of een ijzeren bed; indien van plastiek of ijzer) voelt ze even aan de fijne parels en wordt ze stevig op de vingers getikt door een bewaakster. De geviseerde sukkel raakte slechts even met één vinger het geval aan terwijl echtgenoot met de voornaam van moeder Maria’s verloofde, al vijf minuten aan het voelen en tasten is, reeds een reeks kralen in de broekzak heeft gestoken ter souvenir en moet tegengehouden worden om er een dutje in te doen. Even wanen we ons in Italië. De roomijskar aan de uitgang en de stralende zon doet ons dromen. En als David en Patrick en andere Myriamskes een half uur te laat verschijnen aan de autobus dan is er buiten de gids niemand boos. Zalig in het zonnetje met een “gelato” op een bankske aan het water.

Volgende stap is een bezoek aan een “pièce unique”. Adembenemend groots. Honderd twintig meter lang en veertien meter hoog. Het cilindervormig schilderij van Hendrik Willem Mesdag uit 1881. Zwaar obstakel om boven te geraken: mevr. Gems. Haar privé auto kan natuurlijk de draaitrap niet op dus moet ze naar boven “gestoempt en gesleurd en getakeld” worden. Niet simpel, maar we zijn ook geen simpel gezelschap. En deze boven- menselijke inspanning is het bekijken van dit overweldigend werk zeker waard. Vraag voor volgende moeilijke wedstrijd in Andantevisie: ‘hoeveel potten verf werden hierbij gebruikt?’ Bij de verdere tocht na dit gebeuren moet Josée wel de tol ervan betalen. Ze geraakt zes kilometers en zevenhonderd meter achterop bij het peloton dat nochtans op stadswandeling aan een gezapig tempo voort wandelt. Gelukkig zijn goede zielen Dirk en Myriam bereid om te wachten en haar terug te brengen. Anders was ze mogelijk te laat binnen gekomen en uitgesloten wegens tijdslimiet overschrijding. Iedere duivenliefheb ber weet wat men doet bij te laat binnen vliegende duiven. Erg lekker in de braadpan. Aan het “Binnenhof” geraken we daardoor ook niet meer binnen. Dus wordt dit slechts een “Buitenhof”. Ook de bestuurder van de wachtende autobus kijkt erg boos. Boete voor het te lang staan op een plaats waar hij niet mag staan . Natuurlijk gaat Josée met de man, weliswaar alleen verbaal, in de clinch omdat zeterecht opmerkt dat wanneer hij te lang had gestaan op een plaats waar hij wel mocht staan, die boete zeker niet zou uitgeschreven zijn. Juist natuurlijk. Maar het maakt de chauffeur er niet vrolijker op.

En dan nu op weg naar het hotel, hotel Van der Valk in Emmeloord. We rijden alzo voorbij Wassenaar, woongebied voor erg rijke Hollanders met daarbij horende stevige huisjes en dito tuintjes. Hoor ik daar toch een Andante persoontje uit Perk met ontzag fluisteren: ‘dat trekt erg hard op Kampenhout.’ En dat was inderdaad ook zo. Het hotel oogt eveneens indrukwekkend. Mooi gebouw met eindeloze gangen van een reuze keten. Alles verloopt op wieltjes. Enkele minuten na ontschepen uit de bus is iedereen ingescheept in de kamer. Enig incident daarbij. Met wie? Si, mevrouw Gems. In kinderlijke onschuld de reiskoffer van de zusjes Martens meegepikt aan de bus en eigen hebben en houden laten staan. Uitleg deze keer van de dame. Die trekken alle twee zo op mekaar. Inderdaad. De kleuren zijn wel iets verschillend, rood en blauw maar toegegeven het zijn allebei rechthoekige reiskoffers met slot en handvat. Vooral de handvaten ogen zeer gelijkend. De kamers zijn mooie grote kamers met breed bed om een beetje verloren in te liggen of verstoppertje in te spelen. Of iedereen de eigen kamer gevonden heeft is niet duidelijk maar na een half uur zat het bonte gezelschap van deze morgen netjes gewassen en geschoren (voor de mannen) en gestreken (voor de dames) in het sjieke restaurant. Een vriendelijke bediening en de lekkere wijntjes en biertjes samen met smakelijke gerechten doen alle vermoeidheid vergeten. Het is me opgevallen hoeveel Hilde binnensteekt. Met ontzag wordt er naar haar gekeken. Maar met haar steeds vriendelijke glimlach achter het brilletje steekt ze lustig verder. Hoe die dame even slank blijft dat is onbegrijpelijk. Na het avondmaal kruipen de doordouwers en drinkers van ons gezelschap nog voor enkele uurtjes de bar in? En wie was er natuurlijk bij. Ja, je weet het. Ontembare Gems en je leest het goed, je moest nochtans daarvoor eerst een trap opklimmen. Zucht, slaap lekker allemaal.

Zaterdag 25 augustus

Acht uur in de morgen, spek met eieren, bruin brood met sneetje kaas en fruitsla met een beetje yoghurt. Wakker makend geurige koffie of chocolade melk met beboterde croissant. Slaapkoppen of reeds taterende vrouwtjes. Maar om vijf over negen zitten we allemaal opnieuw in de bar. Neen geen denkfout of tikfout. Alleen maar realiteit. Maar zij die dit lezen en er niet bij waren niet ongerust wezen. Immers de barman is niet aanwezig en we zitten er niet om te drinken maar om iets en iemand te vieren. Het is namelijk de verjaardag van onze zeer gerespecteerde voorzitter. Tram zeven (zie toespraak in dit wereldwijd zeer gewaardeerd krantje). Wel erg verwonderde luisteraars bij het afgeven van een geschenk dat enkele seconden daarna terug door franke Ann wordt afgepakt.

De bus op, aangevuurd en aangepord door onze gids. Richting Leeuwarden. Manu militari worden we dan in drie groepen gesplitst, toeziende dat huishoudelijke koppels niet gescheiden worden want fatsoenlijk zijn we zeker. Drie afwisselende activiteiten zijn voorzien. Bezoek aan Pier Pandermuseum en Tempel, geleide stadswandeling en bezoek aan het Princessehof. Pleger van dit stukje kan natuurlijk alleen vertellen wat hij in de eigen groep heeft meegemaakt vermits hij weigert zich in drie te splitsen. Te ongezond. Dus eerst Pier Pander ontmoet. Bij de rustige uitleg van de plaatselijke gids in de krappe inkomruimte gaat plots heel traag een deur open en piepend en krakend (de deur natuurlijk) met rooie kop komt ons aller Griet vanuit de wc. naar binnen geslopen. Eerst schrik voor spoken of een herrezen Pander van allen, daarna ongeloof, om uit te monden in een bulderend lachsalvo van alle aanwezigen, gids incluis. Schitterende entree.
In het kleine museum bekijken we de beelden van Pier en de vele foto’s van de kunstenaar. ‘Hier staat Pier met een pijp en hier ook en hier, maar hier toevallig niet.’ ‘Natuurlijk’ debiteert onze pianist ‘want toen was zijn pijp bijna en nu zelfs helemaal uit.’ Is dat niet poëtisch van de man uit Mechelen? Na het verliezen van zijn sleutels loods de Leeuwardse gids ons naar de Pier Pander Tempel met de vijf majestueuze marmeren beelden. Genoeg gezien, dus de innerlijke mens eerst versterken in “de Koperen Tuin”. Alleen de Jef slooft zich eerst nog uit om met de gids de drie verloren sleutels te gaan zoeken en ja onze Jef, hij vindt ze terug. Zeker bezitter van paranormale gaven of zijn het paranoïde gaven. Straks even opzoeken. Het eten is heel lekker, vraag het maar aan Anneke (het achteruitloop Anneke). Die slaagt erin om zes of zeven van die grote gefrituurde rundkroketten binnen te steken met een half brood, vier plakken gerookte zalm met twee hardgekookte eieren, enkele plakken kaas en hesp en een, weliswaar klein, flesje witte wijn. Amaai. Eerst had ze de kom soep van drie van de acht aan tafel zittende mee-eters afgeluisd. We zien Paul, haar lief- tallige echtgenoot bij elke hap verbleken. Waarschijnlijk denkt de sukkelaar aan de vernieuwde en noodzakelijk verbrede garde- robe die ze maandag thuis zou kunnen opeisen. Anne-Mie loopt de tafels af met de luid verkondigende boodschap: ‘Wie heeft zijn bril vergeten op de wc.? Tot Joke haar terug bij positieve brengt en in de oren fluistert: ‘een wc.bril die neem je niet mee, die laat je altijd liggen voor de volgende gebruiker’. Allemaal wel een beetje vermoeiend, niet?

De vrouwelijke gids bij de stadswandeling praat erg boeiend en weet veel te vertellen. En er is veel te zien, teveel om hier allemaal op te sommen. Ze wijst ons ook een restaurantje aan waar alleen vrouwen welkom zijn. Het heeft daarom ook de typische naam “restaurant bla bla bla”. Zeer toepasselijk, uitermate goed gekozen natuurlijk. Neder- landers zijn gekend voor hun zakelijke nuchterheid. Ai, de eerste keer dat we onze regenschermen moeten boven halen. Maar het valt al bij al nog mee. Al moeten we regel- matig opzij springen voor voorbij sprintende fietsers. Blijkbaar, zo constateert René, moeten zij de fietsbel nog uitvinden. Als leerzame maar uiterst uitgebreide laatste belevenis duiken we “Het Princessehof binnen”, museum vol keramiek en porselein van over de hele wereld. Het wordt volhouden, zeker omdat we nu onze eigenste Hasseltse gids hebben en die man weet onnoemelijk veel en wil ons ook alles vertellen. Tweemaal moet hij zwijgen omdat er tweemaal duidelijk een alarm afgaat. Als ik onze groep bekijk dan zie ik zo niemand die wat in tas of broekzak heeft laten verdwijnen. Misschien de Charly van Marie- Louise. Nu reeds zich aan het verzekeren van een porseleinen geschenk van enkele duizen- den euro’s voor vrouwtje bij volgende verjaardag. Misschien, want hij wordt niet betrapt door de bewakers.
En zoals het gezegde: ‘doodmoe maar uiterst voldaan’ volgen we onze gids naar de hoofdplaats van de stad om neer te ploffen in een zetel en een grote Fri(e)sse pint te bestellen. Het zich slepen naar de autobus vergt bovenaardse krachten. Maar dat hebben we allemaal. Als we in het restaurant na een verfrissende douche of bad aanschuiven zitten we overdonderend dicht tegen mekaar. Wat een drukte, mensenlief. De jonge ober verstaat tot grote frustratie het woord apéritief niet en moet er twee anderen bij roepen. Misschien best want teveel van deze “voordrinkertjes” is niet gezond. Na de hoofdschotel worden we allemaal getrakteerd door het “feestvarken” op “patékes met een bakje koffie”.

En dan verdwijnt Anne-Mie plots van het toneel. Tegennatuurlijk voor deze dame. Zij beweert dat een ober een vol glas wijn over haar heeft uitgestoten maar andere bronnen vermelden dat ze zoveel wijn heeft gedronken dat die van binnen uit naar buiten alles rood kleurt en nog een andere bron vertelt dat ze al taterend onaandachtig een glas wijn naast de mond goot. Navraag bij hare Jean-Pierre levert alleen maar een zenuwachtig lachje op. Enfin, ze is naar de kamer gevlucht en komt een tijdje later, stralend getooid met een nieuw toilet, weer te voorschijn. Om samen met alle Andantezen (nieuw zelfstandig naamwoord) ons “lijflied” te zingen in volle restaurant “Madre del Sur”. Hebben we dat nog gezongen? Blijkbaar want zowel Viviane als Claudine en alle niet Andantezen zingen gewoon mee. De harde kern van nadrinkers en babbelaars is deze keer erg groot. De grote inkomhal wordt een Andante ruimte met gezellig gebabbel en gelach en aanvoelen van “hoe tof wij het met mekaar toch vinden”. Genieten van en met mekaar.

Zondag 26 augustus

Om zes uur en vijf worden de meesten erg brutaal gewekt. De wekdienst van het hotel bestaat uit bliksem en duidelijk verstaanbare donderslagen. Praktisch maar niet zo gezellig. Om acht uur zitten we dan ook allemaal aan het ontbijt, even uitgebreid als gisteren. Onze voorzitter verjaart vandaag niet, om negen uur zijn de kamers ontruimd en de reiskoffers de bus ingestouwd. Bij natelling is iedereen aanwezig. Geen overslapers, geen dood gebliksemde vroegwandelaars en niemand asiel aangevraagd in Nederland. Prima zo. Dus op weg naar Hoorn. Aan het gepraat en de uitleg van sommigen te horen onderweg, is er niet door iedereen genoeg en degelijk geslapen. Zo beweert een zekere Jozef dat hij ooit een regenboog gezien heeft die een volledige cirkel besloeg en dus beweert hij dat zoiets geen regenboog maar een regencirkel is. Het onderste door ons nog nooit geziene gedeelte was in wit zwart. En jij nu, of misschien was deze man toen een beetje “onnuchter”. Of ging hij na een regenboog opgemerkt te hebben op zijn hoofd staan en zag hij alzo een cirkel. Maar dat verklaart dat wit zwart langs geen kanten. Voorbij Leleystad rijdend zien we in de verte de honderden mastjes van de zeilboten en als Anneke zich de vraag stelt wat dit is, antwoordt Ria dat ze bonenstaken daarin ziet en dat ze dat waarschijnlijk ook zijn. Dan waren de bonen zeker al geplukt. En echtgenoot Jef is nog straffer. De gids duidt ons voorbij rijdend een kunstwerk aan “zittende man”. Klopt niet. “Grondkakker” beweert Jef. Niveau mensen graag. Zo bereiken we Hoorn. Echter niet zonder millimeter werk van onze chauffeur. Schit- terende rijkunst. Het was onderweg adembenemend natuurschoon. Een met water omsloten bus geëscorteerd door eendjes en dreigende wolkenmassa’s. Pentekening uitdagend, schilderij klaar.

Opnieuw drie groepen. En een wandeling doorheen naar mijn smaak heel erg mooi grootste gemeente van West-Friesland. Een kerk die omgebouwd is onderaan tot winkelcentrum en boven tot flats. Zonde maar Hollands praktisch. De haven ligt er zonnig en enkele minuten later beregend bij en dan opnieuw zonovergoten. Je ziet en voelt zo nog de koopvaardij schepen aanmeren en laden en lossen. We worden door de gidsen tegen twaalven naar “Restaurant de Keizerskroon” geloodst waar we opnieuw verwend worden met een middagmaal om ‘U’ tegen te zeggen of moeten we in Nederland ‘Jou’ zeggen. Als we de bus terug gevonden hebben wordt het een hele trip naar onze laatste halte: Doorn in de provincie Utrecht. Daar gaan we op bezoek naar “Huis Doorn” waar onze vriend (nou ja?) de Duitse Keizer Wilhelm II jaren in ballingschap vertoefde. Vergane glorie van vergane rijkdom van een nooit te vergeten periode uit de geschiedenis. En... een indrukwekkende porseleinen wc.pot in een mooie kast. Hint voor iemand die nog wil bouwen.
En dan stappen we voor de laatste keer de bus in voor de laatste trip, bezoek aan de kerk van Perk. We proberen dat al zingend onder de bezielende leiding, neen niet van Irene maar van Anne-Mie. Helaas ze bezielt te weinig voor de wel erg vermoeide zangers. En zingen in twee verdiepingen is nu ook niet de meest comfortabele manier. Het schept een canon gevoel en dat is de bedoeling niet. Dan glijden we maar beter in rust en kalmte Vlaams-Brabant binnen. Van kwart voor acht tot acht wordt er degelijk hard gezoend ter afscheid.
Je voelt aan dat de mensen zeer tevreden zijn en dat deze reis ons weer dichter bijeen heeft gebracht. Een zoveelste onnavolgbare reis van Andante. Hoe presteert onze voorzitter het toch? Voorzitter? Hoe zou het met zijn verjaardagsgeschenk wezen? Toch wel terug gekregen, hoop ik. Weet daar iemand iets van?
Nota: ik spreek met bewondering over de deelnemers die “moeilijker e poot” waren en toch alles meegelopen heb- ben. Proficiat Bernard, Jacques, Myriam, René, Josée, René, Leona, Alice, José en misschien iemand vergeten. En bedankt Hugo en Patou voor jullie inzet.
Karel

Een speciale dag voor Andante

Het is vandaag zaterdag 25 augustus. Niet dat een zaterdag meer moet opvallen dan een andere dag in de week. Ook niet dat 25 augus- tus erg belangrijk is. Misschien voor sommigen wel, maar voor anderen is 25 december, naar grote waarschijnlijkheid, een meer te onthou- den datum. En toch wil ik op deze 25 augustus een korte toespraak houden. Zeker niet omdat ik steeds op zaterdag 25 augustus een onbe dwingbare lust zou ondervinden om te spreken, zeker niet. Tenslotte kunnen mannen zich altijd bedwingen. Maar een toespraak wordt meestal gehouden om iets heuglijks te vieren. Bij begin van een feest: bvb. een trouwfeest of een academische zitting of bij de inzet van een concert. En dan zitten we al dichter bij de reden waarom ik vraag even naar mij te luisteren.

We hebben vandaag iets te vieren en we hebben vandaag iemand te vieren. 25 augustus is namelijk de geboortedatum en vermits wij een koor zijn met intelligente mensen, dan ook de verjaardag - want geboortedatum en verjaardag die vallen meestal op eenzelfde datum, weet je wel – 25 augustus is de verjaardag van onze voorzitter, de heer Rik Biesemans. Het zou bijgevolg vreselijk wreed zijn, bangelijk onbegrijpelijk en schielijk cru , moesten we dat zomaar laten voorbij gaan. Onvoorstelbaar. Hoe oud hij echter vandaag wordt, daar heeft niemand zaken mee, uiteraard niet. De meesten van ons zijn dat ook stilaan van zichzelf aan het vergeten vermits eenmaal de zestig voorbij het steeds moeilijker wordt om een ouderdom te onthouden.
Maar om niet alles in het ongewisse te laten: in Antwerpen zegt men, de dag dat iemand een nieuw decennium binnenstapt, “Voilà, hij zit nu op bv. tram vier of op tram vijf. Wel onze voorzitter, en dat maakt deze dag voor hem nog specialer, hij stapt vandaag ook op een nieuwe tram. Neen, voor de slechte karakters onder ons, niet op tram acht en zeker niet op tram negen. Daarvoor ziet hij er nog te goed uit. En om het voor de intelligent- sten onder ons wat makkelijker te maken, hij is onder de oorlog geboren. Neen Magda, niet tijdens de eerste maar tijdens de tweede wereldoorlog. (Je hebt soms toch wel heel moeilijke karakters). Enfin een goede verstaander heeft maar een half woord nodig.

En als er in Vlaanderen, en nu in Friesland dus, één grote, muzikale, sterk aan mekaar verbonden en wereldwijd bekende familie woont of verblijft dan is dat Andante. Logisch is dan dat we deze man bij deze gelegenheid even in de bloemetjes zetten, weliswaar zonder bloemen, die verslenzen te vlug op een autobus maar figuurlijk door een geschenkje dat wat minder fleurig en kleurig is maar veeeeel lekkerder. Meneer de voorzitter en meneer komt recht uit mijn hart en uit het hart van alle aanwezigen hier, meneer de voorzitter wij wensen je een dikke proficiat met deze verjaardag. Wij weten allemaal wat jij voor Andante betekent hebt, nu betekent en nog zult betekenen.

Het feit dat we deze verjaardag hier samen kunnen vieren dat is wel uw fout en grote schuld. Jij bent de bezieler van deze reis en van alle voorgaanden. Of jij deze drie data speciaal hebt uitgekozen opdat wij je zouden kunnen vieren dat zullen we straks aan Viviane vragen. Maar in feite deert ons dat niet. Tenslotte zijn wij één grote zang- en muziekfamilie en ben jij de peetvader van ons allemaal en sinds van- daag, weeral een jaartje ouder, op de volgende tram gesprongen, peetvader en peetopa van ons allemaal. Jij mag fier zijn op deze familie waar jij zoveel voor gedaan hebt. Uren, dagen, maanden, jaren werk ingestoken, gezalfd, in goede banen geleid en onderhandeld, uitgerekend en bespaard en vooral uitstraling gegeven aan ons koor als voorzitter, een voorzitteruitstraling waar alle koren jaloers op zijn. Wij wensen jou het beste verder: als echtgenoot, papa, opa, en niet gespeend van egoïsme, wensen we je evenveel het beste als onze verdere voorzitter van jouw koor, ons koor Andante. Zingen we allen tezamen voor de Heer Rik Biesemans en wil...ondertussen er voor zorgen dat het aangekondigd heerlijk vocht in zijn bezit geraakt. Lang zal hij... .

Even nog dit. Rik kennende, gaat hij deze flessen seffens aftrekken en het geestrijke vocht aan ons uitdelen. Dat is heel lief en mededeelzaam en een voorbeeld voor ons allen. Maar, dat zal echter deze keer niet pakken want wij gaan de flessen nu opnieuw afpakken, verstoppen op een kamer (geen schrik, meneer de voorzitter, die persoon lust geen wijn, hebben we op gelet ) en morgen aankomend in Perk, morgen- avond word je terug eigenaar zodat je er rustig thuis met Viviane kunt van genieten.

Het zij zo, met goedkeuring van het voltallige bestuur min uiteraard de voorzitter en met goedkeuring van het volledige koor, bijgestaan door alle andere aanwezigen hier. Dat is één tegen negenenvijftig. Amen.
Toespraak door Karel Smolderen in hotel Van der Valck, Emmeloord 25/8/2012.