Wij waren in Londen

Londen, zaterdag 14 november 2009

Vroeg op staan om… naar Londen toe te gaan. ’t Zal wel. Want om vijf uur, bij sommigen nog vroeger, loopt de wekker af. Water en zeep, scheren en parfumeren, poedertjes en zalfjes smeren en andere opmaakdingetjes die zorgen ervoor dat iedereen, die Londenwaarts mee wil, acceptabel voor de dag komt.

Guido van schuin over onze voorzitter en Valeer van Zaventem het lied indachtig met aangepaste versie: ‘allen die willen ter Londen varen moeten mannen met baarden zijn’ hebben extra werk  om het aangehaald attribuut bij te werken. Maar om zes uur en vijf staat iedereen gepakt en gezakt te bibberen naast de kerk. Iedereen is er behalve… de chauffeur en zijn dubbeldekker. Nochtans een belangrijk ding en een “gewichtig” personage voor datgene waarvoor we zo vroeg uit de veren zijn gekomen. (Ik klap waarschijnlijk uit de biecht als ik zeg dat de bestuursleden van Andante - maar ik niet hoor - de hele groep hadden wijs gemaakt dat we om kwart over zes vertrokken en onderling hadden afgesproken om een kwartier later te vertrekken en dit opdat iedereen op tijd zou wezen. Dat is wel vijftien (15!) minuten minder slapen. Triestig zo’n bestuursmentaliteit. Nu is het te laat om te reclameren natuurlijk. Maar hou dit intern berichtje voor jezelf.)

Enfin vermits dat fameus kwartier later de bestuurder van de Lauwerse bus in de kofferruimte zat om alles netjes te stapelen kan een aandachtige lezer al besluiten dat de bus hoe dan ook is opgedaagd. De kofferruimte was amper ruim genoeg. Wat sommigen meesleuren dat is niet te geloven! Neem Joke, onze secretaresse, bijvoorbeeld. Die komt met een resem buizen aansleuren. Ja, ja,  buizen! Geen buis als secretaresse daarin is ze schitterend geslaagd maar buizen waarvan we het doel en de reden nooit hebben kunnen achterhalen. Bizar maar waar. We hebben die dingen alleen terug gezien in Perk bij het uitladen. Kwatongen beweren dat ze mogelijk moesten dienen voor het construeren van een tent in de tuin van het hotel omdat zij het niet zag zitten de kamer te delen met Anneke en Ria. Waarvoor we zeker begrip kunnen opbrengen als een mens rustig wil slapen, als jullie wel zullen begrijpen.

Al met al is het, bij het eerste uur in de autobus, nog rustig dutten voor velen, met het getokkel van de neerpletsende regen op de ruiten als enig gezelschap. Tot onze voorzitter de microfoon opeist om iedereen te verwel-komen. De chauffeur doet uiteraard een duitje in de zak (het is niet voor niks zijn microfoon) met belangrijke praktische tips als daar zijn: “hoe een mens naar de wc. moet gaan tijdens het rijden, waar de vuilzakjes hangen en dat we steeds op tijd moeten wezen”.

Mij valt het op dat bij het even afdalen naar het onderste compartiment van de bus, daar een ander publiek zit. Bij navraag weet iemand (wiens naam ik niet vermelden mocht uit schrik voor represailles ) me te vertellen dat de boven voorbehouden was voor de ‘high society’ en beneden voor de ‘basse classe’. Weet ik veel.
Plots een wilde bocht van de bestuurder, de autostrade af. Gelukkig is het enkel voor het “oprapen” van de gids. Hartelijke verwelkoming aan boord en zoals het een degelijke gids (en vrouw?) past, eist ze onmiddellijk de microfoon op en het woord om een aantal dingetjes uit te leggen en om ons nogmaals op het hart te drukken om overal op tijd te zijn.

Zo zijn we ineens allemaal klaar wakker om te constateren dat we reeds zijn aangekomen in Calais. De eerste sanitaire stop en drankgelegenheid. Philip, die gast van de Wilfried dus, profiteert om zijn eerste biertje aan te kopen. Moet kunnen. En dan??? Je acht het niet voor mogelijk!!! Ondanks de “gewichtige” waarschuwing van de busbestuurder en de herhaalde waarschuwing van de gids. Wie is er niet op tijd? Op wie moeten we wachten? Onvoorstelbaar. Op Irene. Nota bene een notoir bestuurslid en hoog geachte dirigente. Smoezen over aankopen van wijn enzovoort overtuigen niemand. Oppert weer dat “incognito” personage, die, je weet nu al, incognito wenst te blijven, dat we gewoon zonder haar hadden kunnen verder rijden. ‘Er zitten voldoende dirigenten aan boord’ hoor ik hem zeggen. Eigenlijk toch niet vriendelijk.

Bus op, twintig meter verder rijden, terug allemaal de bus af. Zo geraken we natuurlijk nooit in Engeland. Identiteits-controle. Netjes achter mekaar in eendenpas de controleur gepasseerd terwijl je de identiteitskaart onder diens neus stopt. En wat gebeurt daar. Dina, die van de Perkse alten houdt gedecideerd haar… bankkaart onder man’s neus. Goed gelezen: bankkaart. Reactie: niks, nihil, noppes, rien du tout. Zij passeert gewoon. Hoe kan dat. Controleur een slaapkop? Dina sterk in hypnotiseren? Of gewoon indruk willen maken als rijke madam en de controleur daarvan zwaar gepakt? Enfin we mochten allemaal verder. Zelfs Dirk van de tenors. Ik heb diens foto gezien op de kaart. Erg betrouwbaar personage lijkt me dat niet.

Zachtjes naar beneden rollend rijden we de trein in. Boven zeven centimeter overschot voor de dubbele dekker. Dat is weinig. Toch wel indrukwekkend. Het is alsof de bus als geschenk of moeten we nu zeggen ‘gift’ in een zilveren verpakking schuift. Alleen de strik ontbreekt. De meesten blijven stilletjes zitten. Het is voor hen ook de eerste keer dat ze onder het kanaal duiken. Opmerkingen die je dan hoort zijn: ‘Is deze tunnel langer dan de Kennedy tunnel in Antwerpen? Kunnen wij tegenliggers tegenkomen en is die pijp dan wel breed genoeg? En rijdt die eerst rechts en in het midden, naar Engelse normen, links? Als de stroom uitvalt moeten we dan met zijn allen duwen en wat als je niet kunt zwemmen? Moet je dan eerst je badmuts opzetten als je in Engels watergebied bent?’ Naar mijn smaak erg simpele vragen. Zij worden dan ook vooral gesteld door mensen uit Erps en Zaventem. (‘dit in de hoop en het vertrouwen dat die mensen dit niet lezen’ fluistert die gekende incognito.)

Nog geen half uur later rijden we op Engelse bodem. Van rappigheid gesproken. Mimi, de vrouw van Jan, begint onmiddellijk ‘stars en strips’ te zingen en moet door Jan gestopt worden. ’t Is niet als je Engels hoort dat je “doffice” in Amerika zit, Mimi. Onze gids begint aan haar driedaagse uitleg. Het eerste wat ze vertelt is dat we veel schapen gaan zien. Ze staan nog altijd in de wei ondanks het weer want ze kunnen veel verdragen, evenals ezels.’ Bij dit laatste valt het
op dat sommige mannen sterk bevestigend knikken. Een uurtje later arriveren we in Greenwich voor een bezoek aan het “Royal Observatory”. In de verte ligt Londen te blinken. Niet door de zon maar van nattigheid want het begint te druilen en in Engeland weet je wat daar dikwijls op volgt: nog meer “gedruil” en dan veel “gedruil”. Gelukkig kunnen we toch nog enkele foto’s maken van de ganse groep.

Wat er binnen allemaal te zien is dat hebben we gezien en zij die het niet gezien hebben moesten maar meegegaan zijn om het te zien. Of iedereen die erbij was het gezien heeft betwijfel ik sterk want daar waren er die heel rap de cafétaria gingen bezien. Het was daar ook wel best gezellig. Vooral als je nu naar buiten keek. Storm, regen en windvlagen om netjes binnen te blijven, maar helaas. Vermits we op tijd moesten zijn zoals ons al een aantal keren was ingeprent, moesten we het park door om aan de autobus te geraken. Jongens,  (en meisjes ook) dat was niet simpel. En dan zie je tot wat een functie in staat is. Namelijk onze voorzitter wordt door een privé wagen opgehaald en om het morren van het gewone voetvolk tegen te gaan laat hij maar rappekes de Jacques van de Andantese bassen  mee instappen. Magda leent het regenscherm van hem en slaagt erin om in de kortste keer het ding “binnenste buiten” te keren. Wreed ongezond voor het pluutje. De Geert van de Zaventemse bassen heeft het met zijn lengte moeilijk. Na een kwartier worstelen tegen de wind in constateert hij dat hij tien meter… achteruit is geraakt. Dan zich maar omgedraaid en zich zo naar de bus geworsteld.

Wanneer iedereen aan boord is… ‘London, here we are’. Het vuurwerk van het jaar, het vuurwerk van de eeuw, het mooiste vuurwerk van de wereld wacht. Op de Theems voor “den Charel” dixit met weinig ontzag diegene die nog steeds incognito wil blijven. Wij dus, de bus en inzittenden, op weg naar Southbank en Westminster Bridge en de Charel.

Bij het uitstappen gebeurt er iets geheim-zinnig. De gids vertrekt, regenscherm hoog geheven richting Theems. Iedereen vol verwachting, inbeukend tegen wind en regen, erachter aan. Windstoten tot 160 km. per uur (snelheid bevestigd de volgende dag in alle Engelse kranten) worden getrotseerd. Regen-schermen worden bij bosjes omgedraaid en verweesd achter gelaten. Kilometers ver wacht ons Hét vuurwerk. Ondertussen aan de bus.

Voorzitter Andante en echtgenote samen met die al gekende bas Jacques en echtgenote volgen de gids niet maar duiken, vijf meter van de bus verwijderd, een bistro binnen. Strafste van allemaal echter, de man die de zware verantwoordelijkheid heeft voor het reisverslag en aanverwante zaken blijft dood-gemoedereerd in de bus zitten, gaat niet mee om verslag uit te brengen van dit exceptioneel en uniek gebeuren. Bizar, verdacht of onvoorstelbaar? Tot de zaak zichzelf oplost en de drie bewegingen terug samensmelten. Namelijk twee uren later arriveert de gids met achter zich een uitgemergelde, zich voortslepende, doorweekte en uitgewaaide bende, dertig regenschermen lichter. De vier bistro lopers komen in vrolijke toestand en stemming de kroeg uit en de verslaggever ontwaakt op de bus uit een deugddoende siësta. Wat is er gebeurd? Hoe rijm je dit tezamen? Ja zeker, vuurwerk wegens weers-omstandigheden afgelast. Geen vuurwerk, no fireworks. Niks! De man die onbekend wenst te blijven heeft me ingefluisterd: sommigen waren getipt en wisten dat stormen trotseren, zomaar voor niks, heel gek is. Voilà zo zie je maar. Toch was de grote groep niet ontevreden want ze hadden heel wat gezien en uitleg gekregen. 
Na dit akkefietje worden we vakkundig door de chauffeur door Londen geloodst. Niet simpel want niet alle straten zijn avenues en er rijden her en der wel een paar andere dubbeldekkers en taxi’s rond. Het hotel waar we afgezet worden is prachtig. Iedereen ontvangt de sleutel van de kamer. Speciale sleutel weliswaar maar we geraken ermee binnen en dat is hoofdzaak. Thee en koffie staan ter beschikking, ruime badkamer met een rits handdoeken en haardroger. King size bed voor de “normale” koppels en netjes gescheiden matrasjes voor de toevallige samenhokkers. Gelukkig heeft Joke scherp toegezien dat alles netjes verdeeld is. Tenslotte zijn we een deftig kerkkoor wat je van dat Zaventem niet kunt zeggen. Zij zijn geen kerkkoor, bedoel ik.

Moedigen nemen een bad, anderen een vlugge douche, sommigen vinden zich al voldoende afgeregend en spoeden zich naar de bar. Wel die bar was naar mijn bescheiden mening het enige mispunt in dit hotel. Vinden de aandachtige lezers ook niet kunnen dat je, vóór je de eetzaal binnen gaat, langs die bar moet passeren en als je de eetzaal verlaat, helaas ook? Dat moet toch aanzetten tot dronkenschap en echtelijke ruzies over bedtijd en rustperiodes. Even het daarover gehad met de voorzitter van Zaventem, de heer Frank en diens Londense lotgenoten als daar zijn Geert en Kris en Wilfried en Valeer. Van een kale reis terug gekomen. Die z…schuiten vonden dat tof, aangenaam en vooral zeer gebruiksvriendelijk. En jij nu. De dirigente van Erps wilde zich over deze toestand niet uitspreken maar was ook met haar koorleden constant uit dit gedeelte van het hotel niet weg te denken. Ze moeten het maar weten. Spijtig dat mensen uit ons koor zich lieten meeslepen door de “barre bargewoontes” van de andere koren. Niet flink, Jan en Magda en Mimi en Bertje en een aantal Simonnekes. Zelfs Céline, toch niet meer van de jongsten liet zich met zus en al verleiden. Weinig sterke karakters, me dunkt.

Het koud. buffet was heerlijk (volgens de gids: geerlijk). Uitgebreid en gedisciplineerd wordt er aangeschoven. Groot aantal wijnflessen  “Jacques” gemaakt (rare uitdrukking). Je merkt aan de tevreden gelaatsuitdrukking van allen dat het lekker is. Koffie en taart vullen de laatste gaatjes. Alleen de allermoedigsten gaan bij het opstaan slechts één plaats verder: de bar. Alhoewel, die is tot de laatste stoel bezet. De meesten verdwijnen met stille trom naar de kamer. Het was een lange dag, een natte dag. En morgen verwacht Händel dat we opgedroogd en uitgerust aan zijn Messiah beginnen. Wie zou deze grootmeester durven tegen werken.

Londen, zondag 15 november 2009

Ontbijt vanaf zeven. Om acht uur vertrekken we naar ons aller bekend Madame Tussauds poppentheater. Het was ons giste-ren uit den treure herhaald. Ontbijt tussen zeven en acht. Dan verwacht je dat iedereen toch alert genoeg moet wezen om als zodanig te reageren. Denk je?

Om half zes schuift de liftdeur open en verschijnen als twee engeltjes in de morgen Hilde van de alten en Els van de sopranen en gewaardeerd reserve dirigente van Andante. Tot grote verbazing van de nachtman achter de balie. Ze hebben geen badmuts op en badpak aan om zo vroeg al te gaan zwemmen. Ze gaan niet stiekem lopen want ze hebben geen trainingspak of bagage bij. Wat staan beide dames daar dan te gapen? Els kijkt naar haar uurwerk en begint plots te gillen. Zij moet tegen gehouden worden om Hilde niet te wurgen. Die heeft haar uurwerk een uur verzet… maar naar de verkeerde kant. Dat geeft zo’n beetje twee uur verschil plaatselijke tijd. Je moet het maar doen. Raad eens wie er het eerst aan de ontbijttafel zat. Jawel.

Het ontbijt is schitterend. Ikzelf slaag een koppel eieren met spek naar binnen. Om er stevig tegen aan te kunnen en psychologisch voorbereid te zijn tegen de avonds. De autobus wacht buiten en laat ons rustig instappen. We zijn toch sterke gewoonte… mensen want iedereen gaat op hetzelfde plaatsje zitten. Dat betekent voor mij dat Dirk en Anneke opnieuw een gevaar vormen in mijn rug.

De gids begint haar uitleg en komt terecht bij de nog steeds spoorloze Jacques De Ripper. ‘Naar het schijnt zijn ze er in het Engels Koninkrijk nog altijd naar op zoek’ beweert onze gids en wie zijn wij om daar aan te twijfelen, ‘en dat de veranderde theorie over dat moordzuchtig individu zou uitwijzen dat het mogelijk een vrouw zou kunnen geweest zijn’. Had ik het niet gedacht. Ik zie een man eigenlijk niet in staat om zulke gruwelijke moorden te begaan. Krijgt Anneke plots een geniale inval en verkondigt luidop dat we voortaan over “Jacqueline De Ripster” zouden moeten praten. Waarvan akte.

We duiken Londen in en de gids (is gidsin dan ook beter?) wijst ons op het prachtig zicht vooraan, de skyline van Londen. De mensen achteraan doen hun best om van dat prachtige wat mee te pikken maar het enige wat ze kunnen bewonderen is de kale skyline kop van de Geert van de bassen uit Zaventem. Die zit vooraan en met zijn lengte verpest hij het prachtig uitzicht. Over die van Erps die in gesloten orde voor mij zitten is ook wat raars te vertellen. Die hebben onder mekaar een half uur zitten babbelen en giechelen over muizen. Over welke muizen dat weten we niet maar het waren plezante muizen. Zo ‘paas’ ik toch en zij ‘paasden’ toch ook dat het zo was. Maar ik ‘paas’ er toch het mijne van zei die anoniem blijvende gast.

Ook onze gids begint met rare kronkels te spreken. Of wat denk je van volgende uitspraken. ‘Wij rijden nu onder de tunnel.’  Dat was zeker een reserve tunnel onder de andere in geval dat de bovenste te druk is of ondergelopen. En ‘als je van de bus stapt moet je de verkeerde kant op kijken’. Dat is je reinste onzin. Kan zijn dat ze de groep te groot vindt en er een aantal onder een Londense dubbeldekker wilt sturen. Naar de verkeerde kant kijken? Dat doe je toch niet want volgens mij en ook anderen kom je zo gegarandeerd onder zo’n bus terecht en dat doet even gegarandeerd pijn. En dan haar voorkeur voor de gele kleur: “het is geel belangrijk, het is geel goed.” Raar die voorkeur. Ik zie liever zwart maar loop daar niet steeds over te zeuren. Toch is ze als gids prima. Ze weet verdorie veel over Londen. Ik denk dat zelfs Oscar van de tenoren in haar de meerdere moet erkennen. Alleen is de groep te groot en zou het logischer zijn als er twee gidsen waren.

Ondertussen is een staalblauwe lucht te voor-schijn gekomen. Geen wolkje aan de hemel. De zon schijnt stevig voor de tijd van het jaar en jawel, op de terrassen in de zon zitten mensen te genieten van… thee veronderstellen we. Je bent toch in Londen. De bus stopt en de Madame Tussauds bezoekers worden uitgesto-ten. Een tamelijk kleine groep. De Marc van de bassen trippelt mee. Dat de bezochte madame nu maar oppast. Hij steelt mogelijk stiekem wel een koppel wassen beelden om ze in zijn muziekfarde als bladwijzer te gebruiken om meer inzicht te krijgen in die uiterst verwarde en ingewikkelde toestand.

De meesten stappen daarna af aan de Kensington Gardens waar William de derde ons plechtstatig in brons gegoten en op een sokkel staande verwelkomt.

Wij beginnen aan een leuke groene wandeling, begeleid door horden lopers en een meute eekhoorns die zich de aandacht van die rare tweevoeters laten welgevallen, wetende dat ze bij gevaar erg vlug een boom in kunnen. We trekken het park door langs de Queensway over de Diana, princess of Wales Memorial playground om onder een stralende zon de andere kant te bereiken met het uitzicht op de knappe kolom vanuit de vier werelddelen en langs de andere zijde het gebouw dat we dezelfde avond met ons koor zullen inpalmen: de Royal Albert Hall. De ideale plaats om een groepsfoto, min Madame Tussauds, te maken. Bij het terugwandelen – en Céline stapt dapper aan de arm van zus en Lut mee – beweert een tenor dat ze aan het wandelen zijn in zijn eigendom, zijn tuin. Hij vindt die wel wat groot uitgevallen maar laat zich dan toch uitvoerig kieken aan wat hij beweert te zijn: “mijn vijvertje”. Volgens mij dik gelogen en zware hoogheidwaanzin. Els en Hilde zijn al erg moe. Ook al vroeg op hé meisjes!

De bustrip naar het Britisch Museum is kort. En steeds blaakt die zon. Voorbode voor deze avond. Eenmaal uitgestapt krijgen we een vrije namiddag keuze. Wat je dan allemaal opmerkt, dat is grandioos. Anneke en Claudine en Ria en Myriam, bijgestaan door Dirk als mannelijke chaperon verkiezen het Londense nachtleven in te duiken. Met veel moeite kunnen we deze lieden diets maken dat het nog maar middag is en van nachtleven nog geen sprake. Eerst woede uitbarstingen en na enig denkwerk grote ontgoocheling. Dan storten deze mensen zich maar in een “shopping-relatie” en stormen met bankkaart tussen de tanden naar Oxford Street en aanverwanten.

Anderen, onder leiding van Wilfried en Frank gaan naarstig op zoek naar een degelijk restaurant alsof ze van geen uitgebreid ontbijt gehoord en genoten hebben in het hotel. Zij komen daar buiten alleen maar tegen de avond, waarschijnlijk uit eerlijk schaamte. Sommigen volgen gedwee de gids die hen geleidt in het British Museum naar de afdeling Egyptologie.

Een belangrijk deel van het Perks koor vindt een gulden midden weg. Eerst een klein hapje en dan naar het museum. Bij deze gematigde lieden besluit ik me aan te sluiten. Ook omdat belangrijke pionnen in deze groep aanwezig zijn met namen: onze dirigente Irene, Bertje de peetmama van de alten, Jan en Magda als dé Perkse vertegenwoordigers, Simonne de beheerster van ons muziekpatrimonium en nog een andere Simonne (we hebben er een aantal in ons koor!!) en Martine als vertegenwoordigster van Andantevisie. Met ons achten eerst op zoek naar een restaurant. Tot Jan het moe wordt en zonder omkijken een restaurant binnen stormt. Magda moet van hem natuurlijk volgen, Irene wil Magda niet in de steek laten, Simonne vindt dat ze Irene moet beschermen. Enfin voor we het beseffen zitten we samen in een chique restaurant aan tafel en constateren dat de tafels gedekt zijn met de traditionele servetten maar zonder mes en vork. In plaats daarvan: twee stokjes. Paniek bij Jan en Magda want het is een Japans restaurant. Op aanvraag, jawel, geen mes en vork te verkrijgen. Heb ik daar mensen zien sukkelen. Het was werken in plaats van eten. Rijstkorrel per rijstkorrel dat duurt een tijd.

Het British Museum is uitgestrekt, is prachtig, is vermoeiend, is onthutsend want na enkele uurtjes rondlopen heb je de indruk nog niks gezien te hebben. Volgens de persoon die onbekend wenst te blijven moeten de Britten in de loop der tijden overal nogal wat gestolen hebben en meegesleurd naar Londen. Om vijf uur rendez-vous aan de bus en… op dat uur is iedereen daar. Serieuze discipline vertonen we ondanks de “taalverwarring” die er zou kunnen heersen tussen Perkenaars en Zaventemnaars en Erps-Kwerpers (prachtige naam).

In de bus is er, wij zegden vroeger “cinéma pathé”, bezig. De vrouwen moeten zich omkleden en weren alles wat naar man-nen zweemt uit het voertuig. Alle getrouwde en bijzittende mannen weten hoelang dat zo’n kleed- en plamuurpartij bij een vrouw kan duren. Het gekke is dat niemand binnen mag maar de chauffeur op aanvraag van de meisjes het licht moet aansteken. Het is immers al donker buiten.
Verbluffend resultaat. Wij worden van al dat vrouwelijk schoon verstoken. Maar half Londen kan vanuit de nabij liggende appartementen meegenieten van hun blote show. Tientallen gordijntjes worden weggeschoven en vele verrekijkers bovengehaald.

Eindelijk in orde. De bus is nu voor een gedeelte “bevrouwd” met koningsblauwe sopranen en vuurrode alten en deze “kleurtjes” strikken op hun beurt tenoren en bassen. Ons gezelschap is deftig om de Royal Albert Hall te veroveren. Wat zich verder deze dag afspeelt kun je terug vinden op: “Universeel Vlaanderen zingt in Londen”.

Londen, maandag 16 november 2009

Het doet pijn, soms heel veel pijn deze morgen. Niet bij enkelen maar bij velen. Marleen is uitgestoomd en heeft vrede gesloten met de hotelmanager, de meesten komen wat later binnen geschoven. De walletjes onder de ogen zijn iets dikker geworden, de blikken iets meer gericht op het oneindige. Spek met eieren smaakt iets minder lekker dan gisteren. Maar er straalt op ieders gezicht een vastberaden genoegdoening, een teken van tevredenheid. En vermist we een half uur langer mochten slapen valt alles nog wel mee. Dat betekent dat iedereen, zonder uitzondering, om half negen zijn reiskoffer en zichzelf de autobus heeft in gehesen.

Mensen zoals Valeeer  en de Charel van Marie-louise en de Guido geraken moeilijk boven. Dat komt ervan als je de bar enkele  uurtjes geleden dacht te moeten sluiten. Maar zoals gezegd, iedereen is op tijd en vermits alles in de kofferruimte is geraakt hebben we zeker niet de helft van het meubelinterieur van het hotel meegejat. Ook de hotelmanager is de bus niet komen instuiven om nog openstaande rekeningen te vereffen. Dit tot grote vreugde van Marleen onze penningmeester.                                                                                                            

Voor de laatste keer, vrij van zorgen Londen binnen gereden, recht naar het National Gallery. Op het plein ervoor hebben ze een half regenwoud neergelegd. Tot groot jolijt van Myriam en Nico die als kunstenaars erg geïnteresserd zijn. Het grootste gedeelte van het gezelschap stapt resoluut onder leiding van de gids het museum binnen op zoek naar één bepaald schilderij. Zij vinden dat en… worden even resoluut tegen gehouden. Hebben de wachters schrik dat we het in onze binnenzak zullen moffelen. Neen het is overal hetzelfde. Minister was toevallig daar om hetzelfde doek te komen bewonderen. Kon die vent dat niet op een andere dag? Hij zou toch moeten ingelicht zijn over de komst van het Andante koor. Enfin, wij weer maar toegeven en geen ambras gemaakt of in Vlaamse “kolere” geschoten.                                                                                                                   

Het Indisch restaurant Masala dat ons ontvangt is lekker, ik bedoel uiteraard het eten en de bediening super vriendelijk. Nou ja, zij zullen ook niet elke dag tachtig Vlaamse snoepers binnen krijgen. Na het middagmaal in verspreidde horde de laatste uurtjes rondge-drenteld. De reusachtige rommel- en brocantmarkt in de buurt van het verzamel-punt is leuk meegenomen. Om kwart over twee zit iedereen op zijn  vaste stek in de bus. Bestuurder steekt een “jeton” in, richting Perk, en weg zijn we.

 

Nog even wuivend naar de voorbij schuivende Tower en Bridge, snorren we naar Folkstone om er de laatste ponden op te morsen. Zo denken ook Charly en Marie-Louise. Ze steken al hun enkel geld in een waterautomaat die echter niks loslaat. Het geld is opgeslokt en de flesjes water grijnzen hen onbereikbaar toe vanachter het glas. Tot Claudine passeert en hen uitleg wat ze fout doen. Hé voilà, daar komt het flesje uitgegleden en… nog eens het dubbel van hun geld terug. Dat is straffer dan het wijnwonder te Kana. Dan wil een mens van zijn enkel geld af en lukt het niet. Eind van dit voorval is dat wij ze met volle kartonnen water en een dikke opnieuw gevulde geldbeugel de bus zien instappen, blozend van opwinding over zoveel Engelse generositeit.

Als we de bus terug inzitten komt de gids ons vertellen dat we geen identiteitscontrole krijgen (tot grote spijt van Dina, beter gekend door haar bankkaart) en dat ze heeft kunnen voorkomen dat de bus wordt overrompeld en doorzocht door drugshonden. Gelukkig! Stel je voor. Geen drugs aan boord? Dikke twijfels. Ik heb menig Anneke en Ria verdachte zaken zien kopen. Thee beweerden ze maar als je die ergens in Londen in een donker bovenkamertje gaat kopen dan heb ik daar toch mijn zware twijfels over.

Als routiniers loodsen we de bus de Shutlle in. De deuren sluiten zich achter ons en we vertrekken?? Neen toch, sommigen worden bleekjes rond de neus. Zie je wel dat het gevaarlijk is in zo’n tunnel. De luidspreker weergalmt de boodschap dat de vorige trein in panne staat en naar de overkant moet getrokken worden. Sommigen zien al de ramp naderen. Een vloedgolf of Tsunami die op ons bus komt toegerold. Perk en Zaventem en Erps die voor jaren zonder deftig koor zitten. Of twee of drie overnachtingen, opgesloten met z’n tachtig, in een zilveren koffer, wars van enig eten. “Niet erg” orakelen Wilfried en Filip (niet die van Mathilde hoor) die bij het inladen van de koffers gezien hebben dat er nog een hele voorraad bier aanwezig is. Gelukkig is het euvel na drie kwart uur opgelost en zoeven we zonder verdere problemen Calaiswaarts.

De rest van het verhaal is kort en bondig. In Brugge nemen we afscheid van de gids en reeds om kwart voor tien uur staan we aan ons aller bekende kerk van Perk. Vele dikke zoenen en een kwartier later is het kerkplein verlaten.

Iedereen naar huis, moe maar met een onvergetelijke ervaring meer. Wij beseffen allemaal, zowel zangers als toehoorders dat hetgeen wat we in de Royal Albert Hall hebben meegemaakt een hoogtepunt is in ons leven op muzikaal gebied. Onvergetelijk, uniek, machtig, grandioos. Slaap lekker, rust goed uit en droom van een rode muur alten, van een onneembare burcht bassen, van één machtig blok tenoren, van koningsblauwe lief lachende, onverzettelijke sopranen.

Terug