Konakovo's jongenskoor in Perk

Het Konakovo's Jongenskoor is het concertkoor van de Muziekschool van Konakovo, Moskou. Het werd in 1992 opgericht door Natalia Makhnovskaya, de huidige dirigente (die ook componiste is). We kennen in ons cultuur-arme Vlaanderen vandaag geen koraal-scholen meer, en zeggen dat de Russen hier de mosterd hebben gehaald om in de 17de eeuw met koorscholen voor knapen van start te gaan. Een geluk dat de traditie die hier verloren ging - en waar men geen moeite voor doet ze terug in het leven te roepen - een hernieuwde start kreeg in Rusland en ook nog bestaat in Duitsland en Groot-Brittannië, weliswaar altijd met eigen klemtonen maar ze bestaat en het is dat wat telt.

Het koor dat we beluisterden, was dat van de 9- tot 13-jarigen. Als die jongens in het centrum staan te zingen, lijken ze groter, ouder.  Ze stralen zo'n ernst uit. Hun aard, of het gevolg van de discipline die de vriende-lijke en hoogbegaafde dirigente oplegt aan haar 500 jongens? Zoveel zongen er niet in de Sint-Niklaaskerk van Perk, we telden er een 20-tal. Een kleine groep met een rijke klank die je niet voor mogelijk houdt. Anders dan de klank van onze weinige knapenkoren die nog resten (en die we een warm hart toedragen en alle voorspoed en een rijke toekomst wensen).

Het is niet alleen een kwestie van intensieve scholing - neem als voorbeeld bij ons de knapen van de Schola Cantorum Cantate Domino uit Aalst die dagelijks, behalve de zondag, repeteren met als resultaat een hoog niveau - maar ook van techniek en een zangtraditie die anders is dan de onze. De Slaven zingen meer vanuit de buik en de keel en laten de tonen sterk resoneren in de mondholte. Keelklanken zal je bij ons zelden horen. We vinden dat niet zo mooi en het past niet in onze muzikale visie. De Slavische melancholie die in de volksliederen, de orthodoxe gezangen en klassieke muziek verweven zit, vraagt om die klank die ons soms met verbazing doet luisteren.

Zo is het ook met deze knapen. In de hoogte is het vooral de sterzanger van de groep die deze techniek subliem beheerst. Dat komt soms ongewoon en luidruchtig over. Het is wennen aan het andere. Dat ze onze muziek (de West-Europese) niet zo beheersen, zoals wij hun muziek te weinig ten gronde kennen, horen we in "Sound the trumpet" van Henry Purcell. Ze zijn de vocalises van onze gezangen niet gewend maar de dirigente weet de valkuilen te omzeilen. Toonzuiver zingen die jongens en met een kracht, volume en tessituur die je hier zelden zal horen. De harmonie en de klankeenheid in de groep is groot. De dirigente maakt duidelijk wat ze wil en laat de knapen heel mooie werken van haar hand, en andere componisten van voornamelijk Slavische oorsprong, zingen. Ja, het is mogelijk nog steeds melodie en harmonie te schrijven en toch een eigentijdse invulling te geven. Wat een prachtdame, die Natalia Makhnovskaya. De sfeer in de zanggroep is goed, los, jongensachtig met een thuisgevoel. De leidster heeft iets moederlijk en knuffelt elke zanger na het concert. Eigenlijk knuffelt ze iedereen. Ze is uitbundig en vurig van temperament. Het tekent deze Dame (welja, met hoofdletter). Het koor zingt door, al horen we soms zeer zachte fraseringen en hoor je het uitzingen van bepaalde liederen amper. Wat een kunde en het is mooi. Veel leerden we niet alleen door deze muziek te beluisteren maar ook van de presentatrice Viviane Redant die een boeiende inleiding gaf en de werken met rijk gestoffeerde teksten samen bond.

Voor de knaapjes een ervaring te meer die een duurzame herinnering geeft: concerteren in het buitenland voor hooggeplaatsten en dorpelingen die hen een bed aanbieden zoals in Perk het geval was. De gravin en de graaf waren er maar ook de heel gewone niet-blauwbloedige koorleden van het organiserende Gemengd Koor Andante. Zij presteerden het werk voor en na en zorgden als ware moeders en vaders voor de perfecte opvang van deze hemels zingende Russische jongens. 

ARTIST. – Uit ’t Pallieterke nr.24 van woensdag 15 juni 2011