Aperitiefconcert in de Corren (april 2012)

De markt van Steenokkerzeel, traditie getrouw op zondagvoormiddag, keek verbaasd op. Want plots kon je spreken over een erg standingrijke markt. Iets voor tien liepen er in de buurt een aantal netjes gestrikte mannen rond met zwart blinkende schoenen en een resem keurig in het zwart uitgedoste dames. Of deze elitaire groep ook veel gekocht heeft is onwaarschijnlijk want ze verdwenen één voor één langs de artiesteningang De Corren binnen, zonder selder, worteltjes of aardbeien uit Israël. Natuurlijk want het is het Gemengd koor Andante dat in die “vroege” morgen zich presenteert om een apéritiefconcert te verzorgen op uitnodiging van Omikron.

Het is nochtans niet eenvoudig daarbinnen. Joke probeert haar vier mannen wijs te maken hoe ze het podium moeten hermaken maar niet één ervan bleek de zeggingsschap van een vrouw te accepteren zodat het een “gevecht” van jewelste wordt en Joke ten einde raad zich wijselijk terugtrekt om het “zij denken toch alles beter te kunnen” mannelijk gezelschap  te laten verder knoeien.

Beneden in de kleedkamers is ook niet alles koek en ei. Niet gewoon zijnde van gescheiden plaats voor aanvang van een concert blijkt dit nu wel het geval te zijn. Dames hier en mannen ginder. Dit brengt uiteraard twee soorten kleedkamers te weeg. Het taterend gedeelte vol animositeit en  gegiechel  en  het rustige  gedeelte met tenoren en bassen naast mekaar zittend, over koetjes en kalfjes pratend. Tot ons aller Jan zich waagt aan een uitzichtloze missie: even bij de vrouwtjes binnen stappen. Ocharme de sukkelaar. Volgens zijn navolgend relaas, mogelijk te nemen met een korreltje zout, werd hij door “sjakossen” bekogeld en daarna onder luid gegil en gekrijs manu militari uit de plaats verjaagd. ‘En ik wilde alleen maar aan mijn Magda vragen om mijn strik te fatsoeneren’ klonk het uit de verschrikte mond van het slachtoffer. Een koppel blauw ogen hebben we niet gemerkt maar Jan is natuurlijk een harde. Voorwaar geen prettige ervaring voor hem en zeker geen positief voorbeeld van een samenwerkend koor.

De oplossing voor dit incident komt gelukkig door het allesziende oog van onze dirigente die, geen standpunt innemend, de beide groepen oproept te komen inzingen in het belendende en grotere zaaltje. Prima! Zo volgt de grote verzoening spoedig en kan Jan zich beter laten strikken door zijn Magda. Veel zingen we niet in. De luttele knelpunten bij enkele liedjes worden even doorgenomen en vier noten, muzieknoten en niet die van de markt, gezongen. Want we moeten eerst nog het “hernieuwde” podium uitproberen.

Gelukkig maar want als de sopranen plaats nemen zakt één element in mekaar. De fout gaan zoeken bij overgewicht zou niet netjes zijn maar toch. Zowel alten als bassen en tenoren ondervinden geen enkel probleem. Zeer bizar. Eenmaal de zaak gerepareerd kunnen we in alle rust terug afdalen naar de kleed-kamers. Si, opnieuw gescheiden actieradius. Volgens de Patrick: ‘de maskes daar en de venten hier’.

Het is dan ook met een kwartier vertraging, mede door de podiumperikelen, dat de voorzitster van Omikron de aanwezigen begroet en we dan netjes gedirigeerd door onze voorzitter en Joke het podium opstappen. De zaal zit wel niet vol. Wie zei er ook weer: ‘wat we zelf doen, doen we beter.’ Was dat niet onze voorzitter of onze penningmeester? Als Viviane dan een korte loftrompet heeft gestoken over Andante (op deze manier trompetten is haar op het lijf geschreven en natuurlijk ook in de mond gelegd) verschijnt onze dirigente om met dreigend opgeheven armen Theo aan het werk te zetten. Die begint al direct te zweten van de inspanning want de inleiding van het eerste lied “All things bright and beautiful” is niet eenvoudig. Geeft als voordeel natuurlijk dat hij direct ingespeeld is (hij was namelijk slechts anderhalf uur te vroeg aanwezig om het klavier op te warmen. Wel een beetje krap.)

En ja wie begint er eerst te zingen? De sopranen! Wie anders. Wie sprak daar van de grootste mond? En wie valt er na enkele maten in? Jawel de alten. En de mannen? Die blijven zoals gewoonlijk bescheiden op de achtergrond totdat Irene ze aanmaant ook maar mee te zingen. Dat doen ze dan ook, zij het wel weer even bescheiden, allemaal met een –a en dat gedurende een ganse bladzijde. Maar eenmaal ‘The purple headed mountin” ontdekt, zijn ook zij niet meer in te tomen en weerklinkt modieus en vierstemmig John Rutters muziek doorheen het Correnzwerk. Met inzet, mogelijk ingegeven omdat elk van de vier stemmen vindt dat men een beetje over zichzelf aan het zingen is bij de woorden: “all things bright and beautiful”. Even tussendoor gezegd, er zitten bijna evenveel koorleden in de zaal als op het podium: Céline en Lina en Wiske en Catherine en Diane en jawel ons Marleen. 

Als tweede lied weerklinkt, maar maker van dit verslagje wil zich van de woorden distantiëren, “Amazing Grace, how sweet the sound that saved a wretch like me.” Ik weiger mezelf te bekijken als “wretch”, ha neen. Dat anderen daar geen probleem mee hebben dat is hun zaak. Akkoord natuurlijk met “how sweet the sound” want het is mooi en het is een prachtig lied. Gevolgd door een even mooi klinkend “From the Time”.

En plots denken de toehoorders echt te dromen want het volgende, in programma aangekondigde, lied is “I  dreamed a dream” en horen ze een melodie die erg trekt op “Perhaps love” van John Denver. Zijn het twee tenoren, Patrick en Dirk, die zich afzetten van de rest van het koor en een duo hebben opgericht? Het MM duo “Machelen-Melsbroek”? Hoe dan  ook ze brengen een ontroerende  versie  van  dit mooie lied. Twee stemmen die knap samen klinken en solicite ren naar meer en waarvoor terecht het “verbod” tot applaus tussen de liedjes wordt doorbroken.

En zo volgen de melodieën mekaar op. Het is muisstil in de zaal, volle aandacht voor het gebrachte melodieuze spektakel. Uit de opeenvolgende liederen licht ik toch graag nog even “Sierra Madre del Sur”, ons lied zou je kunnen zeggen. Hoe dikwijls we dit ook al gezongen hebben het blijft steeds een ontroerende belevenis. Ook het swingende “Top of the world” maakt indruk. Velen kunnen daarbij niet stil staan. De Jef vooraan moet stiekem aangemaand wor-den om niet te hard te springen om niet op dirigenten lessenaar terecht te komen.

Wat gebeurt er nu? Is Irene niet tevreden over de geleverde zangprestatie? Ze draait zich om, doet teken aan Theo en gaat, ons allemaal negerend, de solotoer op. Verbijstering in alle gelederen van de stemmen. Tot onze… euro valt en we door haar aangemaand worden om het refrein mee te zingen. Franz Lehar dwaalt met zijn Vilja lied doorheen de zaal. De mooie sopraan stem van Irene houdt iedereen in de ban. Oei, even is onze dirigente-Waldmägdelein nog niet helemaal terug thuis vanuit het “Wald”. Maar een doorgewinterd en tevens doorgelenterd en gezomerd en geherfst koor reageert duidelijk gerijpt adequaat. Immers in de tweede maat van de inleiding, op de derde tijd van die maat, een maat in vier vier, geeft ze op de vierde in plaats van de derde tijd teken om in te zetten dus één tijd te laat. Maar de mees-ten waren dan al een ganse tijd, namelijk vanaf de derde tijd aan het zingen. Waarom deze uitgebreide uitleg? Om te voorkomen dat ze de volgende keer bij inzet van “You’ll never walk allone” ons toch weer, tegen alle tekstlogica in, opnieuw alleen zou laten vertrekken.

“When You believe” dan kan je een mirakel tot stand brengen en hiermee zijn we uitgezongen maar hebben toch weeral dat “mirakel” volbracht. Geloven in de kracht van de muziek die mensen bijeenbrengt, doet samenwerken, er voor zorgt dat Hilde en Bertje en Jacques en Liza en andere Martinnekes en Grietjes, hoe fel we ook van mekaar verschillen samen een prestatie neerzetten waarvan de toehoor-ders genieten.

Cava smaakt na een geslaagd optreden. Er zijn erbij die van de spanning direct een fles vragen of zoals René zich op een kruk aan de toog planten, dicht bij de bron. Napraten met of zonder Franse koorgenoten uit de omgeving van Poitiers. En dan ieder naar eigen nest, namiddag al een stuk voorbij.

terug