Universeel Vlaanderen zingt in Londen

Zondag 15 november 2009

De bus heeft voor de dames als kleedkamer gediend. Het is donker en vooral heel erg druk op weg naar de Royal Albert Hall. De meesten zijn stiller dan gewoonlijk. tenslotte hebben we hieraan maanden gewerkt en geoefend, uren opgeofferd om letterlijk en figuurlijk niet uit de toon te vallen. De tickets worden zorgvuldig weggestoken. Bij aankomst krijgen zangeresjes en zangers de voorrang. Zij mogen de bus eerst verlaten en op risico van lijf en leden de straat over steken. Of het druk is? Onwezenlijk druk. Alle stemmen schuiven op zijn Engels geduldig aan bij de voor hen bestemde ingang.                                                                                                 Als we gezeten zijn op ons voorbehouden en betaalde plaats wordt er weinig gezegd. Zo diep onder de indruk is iedereen. Ikzelf zit naast een Anglicaanse priester. Minuut na minuut is er meer en meer geroezemoes. De honderden plaatsen worden ingenomen. Recht tegenover ons vormt zich een rode alten muur. Na enig turen zien we er bekende gezichten tussen zitten. En stipt zoals het Engelse stiptheid past worden we ingeleid. Drie duizend negenhonderd zevenenveertig zangeressen en zangers, beluisterd door twaalf honderd aanwezigen. Sir David Willcockx wordt letterlijk binnen geleid. Negentig jaar oud. Iedereen kijkt naar dit wonder, de meesten erg kritisch. Wij zelf zitten te hoog om de zeker in grote getallen aanwezige rimpels te tellen. Wat kan zo iemand in godsnaam nog.

En dan tikt hij even aan, zet zich schrap en als in een onwaarschijnlijke metamorfose, alsof hij dertig jaar jonger wordt, dirigeert hij op magistrale wijze het orkest, de vier solisten en de bijna twee duizend zangers. Dit is een realistisch wonder Als vier duizend mensen op zijn teken recht veren en de eerste gezamenlijke tonen van “And the glory of the Lord shall be revealed” inzetten, gaat er een zucht van verwondering en bewondering doorheen de immense zaal. Adembenemend, woordeloos adembenemend, grandioos schitterend. Kippenvelmoment om nimmer te vergeten. Een muur van bassen die indrukwekkende sonore klanken de ruimte in slingeren. Honderden alten die gestuwd door een hemels mooi zingende altsoliste muzikaal schitteren. Tenors die deftig zwart uitgedorst jubelend de Messiah eren. Sopranen massa die hemelse klanken doorsturen naar alle hoeken en kanten van de Hall. Schitterend. Dit is iets wat je nooit meer vergeet. Dit blijft op je netvlies gebrand en in je gehoor opgeslagen.

Na de pauze wordt deel 44 per opbod verkocht. Iemand biedt tienduizend pond, iets teveel voor Andante om hoger te gaan voor Irene. Hij laat een ander dirigeren. De ganse zaal, zowel zangers als toehoorders staan spontaan recht bij de eerste “Halleluja” klanken. De hele wereld jubelt mee. Tijdens het tweede deel zwijg ik gewild een koorgedeelte om mee te genieten. Zo zou het er voor mij in de hemel moeten uitzien. Met de ogen gesloten luister ik een wijle naar een massaal engelenkoor. Als de zes bladzijden lange “Amen” weergalmt ben ik fier over wat wij mee gepresteerd hebben en een beetje ontgoocheld… omdat het reeds voorbij is. Wij verdwijnen bij het buitengaan tussen de massa, tussen Amerikanen en Canadezen, Spanjaarden en Australiërs, Hollanders en Tsjechen, Engelsen en al die andere nationaliteiten.

In de autobus is het erg stil. Nagenieten gebeurt in rust. Allen zijn nog steeds overdonderd. Andante heeft tachtig Vlaamse mensen goddelijk muzikaal gelukkig gemaakt. Iedereen schuift ondanks het late uur mee aan in de bar. We moeten eerst, bij een aangeboden wijntje, voor we in slaap kunnen geraken, afkicken van zoveel ontroerende schoonheid.        

Terug